woensdag 4 maart 2015

De maand van de drang

Elke keer weer, elk jaar opnieuw laat ik mij vangen. 
Het zit zo, ik ben helemaal geen fan van januari en februari, om het nog zacht uit te drukken.
In het begin van de winter wordt de kou en duisternis nog verzacht door de belofte van kerst en nieuwjaar, met de bijhorende lichtjes, feesten, cadeautjes, e.d. Dus dan kan ik er nog mee leven.

Dan komt januari. Het begint al met de confrontatie met de weegschaal, na al dat feestgedruis. Tijdens dat feestgedruis denk ik, (een beetje tipsy) “ach ja, dat gaat er wel weer af, daar zijn goeie voornemens voor”. Maar dan komt januari en moet er dus aan die goeie voornemens gewerkt worden. Dus byebye warme hapjes en hallo honger en goesting. Tegelijkertijd ook byebye kerstverlof en terug om 6u opstaan. En niet meteen verlof of snipperdagen in het vooruitzicht… 
Door januari moet ik me altijd slepen, echt waar. En in plaats van aan die goeie voornemens te werken, is comfort food nog te vaak mijn beste vriend, waardoor de weegschaal nog verder de verkeerde richting uitgaat. En daarmee ook mijn humeur.

Dan komt februari, de dagen worden een beetje langer en het is een korte maand, dus maart (=lente!) komt dichterbij. Ik overtuig mezelf dan dat het in maart allemaal beter wordt.

En dan zijn we maart. De maand van de drang naar vanalles waarvoor het eigenlijk nog ietsiepietsie te vroeg is:

  1. De drang naar zon, die voorlopig alleen nog maar warm is achter glas, en even snel kan weggaan als ze komt.
  2. De drang naar bruin zijn, want die klaardere dagen laten wel extra hard opvallen hoe bleek ik weer geworden ben tijdens die donkere dagen. Daarvoor is puntje 1 wel essentieel natuurlijk. (Of de zonnebank, maar dat mag in theorie niet).
  3. De drang naar een lenteschoonmaak, want die klaardere dagen laten wel extra hard opvallen hoeveel brol ik weer vergaard heb, hoeveel stof er op die kasten ligt, … Daarvoor zou ik wel een dagje  weekje verlof kunnen gebruiken.
  4. De drang naar lentekleren (en liefst nieuwe), want die wollen sjaals, truien, donkere kleuren, … ben ik nu echt wel beu. Helaas flatteren die kleurtjes nog niet wegens puntje 2. Het vooruitzicht van minder verhullende kledij werkt echter wel motiverend om die chips en chocola te laten liggen.
  5. De drang om de kousebroeken (aka broekkousen) diep weg te steken in de kast, want ja, wat is er nu leuk aan kousebroeken tot onder je oksels? Maar opnieuw puntje 2.
  6. De drang naar vertrekken en thuiskomen, zonder gedoe met jassen, sjaals, mutsen
  7. De drang naar lopen zonder 34 onderlagen en accessoires.
  8. De drang naar een ijsje eten op de markt van Ieper. Of ergens anders.
  9. De drang naar een uitstapje naar zee, want ik behoor helaas niet tot de categorie van mensen die geniet van uitwaaien aan zee.
  10. De drang naar gewoon buiten zijn, tout court.
Dus elk jaar sus ik mezelf in januari en februari met maart.
Weliswaar de maand waarin het verlangen naar het hetgeen we maanden heb moeten missen bijna fysiek ondraaglijk wordt.

Daarom maakt dit vooruitzicht mij dus heel gelukkig :-).